Beemsterkerk

EEN APPEL DIE DEUREN OPENT!

Zondag 15 september kruisten de twee thema ’s van de afgelopen weken zich. Nog één keer klonk er iets door van het Oerboek van de mens, en de boom stond centraal, zoals ook bij startontbijt en startdienst. Dat bracht ons bij het verhaal van Adam en Eva en de appel van de boom van kennis van goed en kwaad. Kun je daar ook 50 jaar huwelijk bij vieren. Dat bleek wonderwel te gaan. Want is het verhaal van Adam en Eva niet ook dat van de mens die zijn tegenover vindt en God die ziet dat het goed is. De vraag die zondag was overigens wel:

Straft God Adam en Eva niet te streng, door zij na het plukken van de appel meteen het paradijs uit te jagen? Die vraag zou een kind niet snel stellen. Verreweg de meeste volwassen, zeker degenen die zeggen te geloven, hebben die vraag vaak ook nog nooit gesteld. Immers, “wat God doet is welgedaan!” En als wij het misschien soms niet allemaal begrijpen: God gaat ons verstand te boven! Zo gaan kinderen met hun ouders om. Wat vader en moeder doen en zeggen dat is de norm en dat is goed. Zo gaan gelovigen vaak met God om.

Maar als je die vraag en dat soort vragen nou eens wel zou stellen? Dan vraag je je allereerst af waarom God die boom van kennis van goed en kwaad überhaupt daar neer heeft gezet. Als je kinderen in een tuin laat spelen leg je toch ook geen tijgerpython tussen de konijntjes en de cavia ‘s. Om dan te zeggen, “je mag met alle dieren spelen behalve met die glibber”. Dat is toch vragen om moeilijkheden? 

Of gaat het hier om absolute gehoorzaamheid? Mijn oudste zoon trainde zijn honden door ze een bak voer voor te zetten en ze dan te verbieden ervan te eten. Pas als hij “nu” zei mochten ze de brokjes pakken! Is de paradijsboom ook een soort test voor absolute gehoorzaamheid?

Strikt genomen heeft Eva trouwens niets verkeerd gedaan. God had alleen Adam verboden van de boom te eten.

Wijze mannen door de eeuwen heen wezen er op, dat Adam en Eva het paradijs ook verspelen door elkaar de schuld toe te schuiven. Nu weet ik niet of sommige van die wijze mannen ook 50 jaar getrouwd waren. Zelf ben ik nog niet zo ver, maar ook in de jaren dat ik wel getrouwd ben, ben ik lang niet altijd zo nobel geweest dat ik de schuld voor dingen nooit heb proberen af te schuiven. Zelfs op de momenten dat ik wist dat ik eigenlijk fout zat.

Is het niet heel menselijk dat je, als dingen niet zo lekker gaan, eerder om je heen kijkt, op zoek naar een schuldige, dan dat je altijd de schuld zelf op je neemt? Is het niet heel menselijk dat je spanning en gedoe vaak afreageert op degenen die het dichtst bij je staan. En dan is het niet zo, dat je elkaar na één keer onredelijk de schuld te hebben gekregen meteen dumpt. Anders haalt niemand 50 jaar getrouwd. Is God zoveel strenger dan wij met elkaar omgaan? Had hij niet eerst een waarschuwing kunnen geven

voordat hij de boete uitschreef? Had hij ze geen voorwaardelijke straf kunnen geven? Is er niet ook zoiets als genade?

Of viel er uiteindelijk niets meer te redden? Op zich is het immers niets nieuws dat mensen hun paradijsjes kwijtraken en verspelen. Soms doordat er iets heftigs gebeurt. Als een ouder of een kind wat overlijdt. Soms ook door ruzies en spanningen die opkomen en niet meer tot rust komen. Paradijsjes raken uit zicht, als bot geweld je gevoel voor veiligheid aan diggelen slaat. Of als ziekte of een ongeluk alles op z ’n kop zet. Veel paradijsje verstoffen ook gewoon.

Soms komt het daarna weer goed, of leven gaat toch verder – maar anders dan ervoor!

Vaak zijn situaties overigens pas paradijselijk als je erop terugkijkt!

Vaak zijn situaties overigens pas paradijselijk als je erop terugkijkt! Als je als gestreste puber soms achteromkijkt kan je voorbije kindertijd je als absoluut zorgeloos en ideaal voorkomen. Als je als ouders van zo ’n gestreste puber achteromkijkt dan denk je soms, was ze nog maar zo ’n hummeltje. En dan vergeet je gemakkelijk dat je dat hummeltje ook wel eens achter het behang had willen plakken.

Vooral achteromkijkend lijken situaties paradijselijk. Vroeger was alles beter. Toen speelden wij nog spelletjes met elkaar, of je keek samen tv en niet iedereen naar zijn eigen schermpje.

 

 

Vorige week stuurde iemand mij bovenstaande foto toe van de tijd van voor het mobieltje. En wat zie je? Iedereen zit verstopt achter zijn krant. Niemand praatte met elkaar. Maar vraag mensen hoe treinreizen was voor het mobieltje en er komen andere verhalen naar boven.

De afgelopen weken hebben wij in de kerkdiensten het Oerboek van de Mens naast de bijbelverhalen gelegd. Dat Oerboek stelt dat er ooit een paradijselijke situatie was waarin mensen in kleine groepjes hun eten bij elkaar verzamelden. De verzamelaars hadden geen privébezit, ze waren afhankelijk van elkaar. Ze hadden geen overvloed, maar altijd genoeg. Toen kwam er na de laatste ijstijd plotseling een tijd van overvloed. Alles groeide vanzelf, het wemelde van de dieren. Je hoefde niet meer op jacht te gaan. Het eten liep zo je mond binnen. Toen zijn mensen begonnen met landbouw en hebben hun jager-verzamelaarbestaan opgegeven. Het duurde echter niet lang of land raakte uitgeput en de overvloed aan dieren raakte op. Wat nu? Niemand wilde meer terug naar het oude verzamelleventje. Die deur zat dicht.

Voor mij is dat ook één van de belangrijkste betekenissen van het verhaal van Adam en Eva. Soms lijkt het paradijs achter je te liggen achter een gesloten deur te liggen . .

Achter die deur ligt dan je zorgeloze kinder- tijd, of de tijd dat je nog stapelverliefd was op elkaar en je al vlinders in je buik voelde als je alleen maar aan de ander dacht. Soms ligt de tijd dat gezond-zijn zo normaal was achter een gesloten deur. En Europa was ooit een project van hoop op nooit meer oorlog!

Welk paradijsjes ligt er bij ons achter gesloten deuren? En wat zien wij voor ons uit? Want dat is het tweede deel van het verhaal van de appel! Het einde van het paradijs is het begin van iets nieuws. Dat nieuwe zal niet zonder moeite zijn wordt Adam en Eva aangezegd. Van akkers zul je niet vanzelf oogsten. Soms moet je werken tot aan je grenzen. Zaad moet sterven om vrucht te dragen.

Maar is er iets mooiers dan moeite wat de moeite waard was? En een mooi verleden en een mooi heden voelt goed, maar hoeveel energie geeft het niet als je dat mooie nog in het vizier hebt? Als je nog aan het opbouwen bent, als je weet dat het grote oogsten er binnenkort van gaat komen?

Voor mij is het verhaal van Adam en Eva geen zuur verhaal van een appel die het begin wordt van één bak ellende, of van een strenge, zelfs onredelijke God. Voor mij is het een ongekend positief en ook inspirerend verhaal. Het neemt serieus dat wij soms het gevoel hebben dat alles wat ons leven en samenleven mooi maakt, wat het glans geeft, en wat het doet sprankelen, achter ons lijkt te liggen. Doordat wij iets stoms hebben gedaan. Of omdat wij gewoon pech hadden, of steeds maar weer pech.

God is dan niet degene die dat paradijs zomaar weer even herstelt. Hij is wel degene die met je op weg wil gaan naar leven wat opnieuw de moeite waard zal zijn. En in plaats van het schaamgroen waarmee mensen hun schaamte soms willen bedekken (Genesis) nadat zij hun paradijs hebben verspeeld reikt God hen mantels van dierenhuiden aan. Misschien dat nieuwe wegen namelijk soms koud en kil aanvoelen. Maar tegen de kou kun je je kleden!

Het goede ligt nooit vooral achter ons! Dat wil niet zeggen dat het niet mooi is om soms achterom te kijken en om na te genieten van alles wat goed was. Herinneringen ophalen, fotoboeken, oude filmpjes bekijken.

Het is ook mooi om op een dag als vandaag dank je wel te kunnen zeggen. Voor 50 jaar samen! Voor tijd die je hebt gekregen. Voor liefde en trouw, die je hebt gekregen en die je kon geven. Dat je elkaar soms kon vergeven en dat je gelukkig narigheid ook weer vergeet.

Achteromkijken en dank je wel zeggen is een groot goed. Maar de zegen van God is altijd eerder als een dierenvel voor de tijd die voor je ligt. Dan weet je: als je 50 jaar getrouwd bent liggen er niet nog 50 jaar voor je, en ouderdom komt zelden zonder gebreken. Zo kan ik nog wel wat beren op de weg benoemen. God ’s zegen wil onze moed verdiepen om die wegen toch te gaan. Beren of geen beren. En Gods zegen wil onze liefde wortels te geven tot in de hemel. Dat wij elkaar beminnen zo dat zelfs de dood niet scheidt.

 

Nico Schroevers

AARDE, GROND – Zomerdiensten rond de vier elementen

De eerste vier zomerdiensten staan in het teken van de zogenaamde vier elementen: grond, water, lucht en vuur. 21 Juli, Beemster Biddag op de IJsbaan, ronden wij af met de weidsheid van de lucht, maar ligt het niet meer voor de hand om voor de Biddag de grond of het water te reserveren? Want als er iets is wat deze polder kenmerkt is het dan niet de grond die gewonnen is op het water? 7200 Hectare grond. En al wordt er de laatste tijd flink gebouwd in de polder bijna overal zie en ervaar je nog de weidsheid van de grond.

Vruchtbare grond, die er in deze tijd van het jaar misschien wel op z ’n mooist bij ligt. En al 400 jaar draagt die grond vrucht. Al 400 jaar draagt die grond beesten en mensen. Natuurlijk moet er in en op die grond ook hard gewerkt worden, en je moet ook verstand hebben van wat je doet. Niet iedereen kan uit grond een mensje maken, maar ook niet iedereen is geschikt als boer. Dat is een ambacht.

Maar als je de grond goed bewerkt, dan wordt het vaak ook wat. In die zin is werken op de grond minder kwetsbaar dan de visvangst. Werkend in en op de grond krijg je dan ook gemakkelijker het gevoel dat je het allemaal zelf in eigen handen hebt.  Verder geen flauwekul.

Dat was ook de ongelofelijk grote verandering toen mensen van jagers en verzamelaars gingen settelen en de grond gingen verbouwen. Die verandering was minstens zo belangrijk als het feit dat mensen het vuur leerden beheersen. Toen ze de grond leerden beheer-sen begon de mens aan een enorme zegetoer. Wij begonnen dorpen te bouwen, steden, huizen, kerken, paleizen, torenflats vol met mensen. En dat alles op het fundament van de beheersing van de grond!

Maar grond heeft ook iets zwaar, iets logs. En stoffelijke materie geeft ook een gevoel van schijnzekerheid. Ook in perfecte huizen met perfecte tuintjes zijn mensen soms eenzaam, maken ruzie, worden ziek en gaan dood. En ook perfect uitziende en gestylde mensen zijn soms onzeker of ten einde raad.  Misschien is het ook wel daarom dat de bijbel het verhaal vertelt van de eerste mens, die weliswaar uit grond, uit stof gemaakt wordt, maar die pas mens wordt als er adem in hem of in haar geblazen wordt, als ie bezield wordt. Misschien ook wel als hij/zij gekust wordt. Hoe zou die adem anders ingeblazen worden?

In elk geval, pas dan, met die adem, met die spirit wordt de stoffelijke mens echt mens. En als die adem, als die ziel eruit is, hou je alleen een verstofte, krakkemikkige, soms burn-out buitenkant over. Zonder adem, zonder ziel of inspiratie wordt het niks.
Zo relativeert de bijbel vanaf de eerste pagina het gewicht en het belang van grond, stof en materie. Als die niet bezield worden hou je alleen stof over. Vandaag lijkt het nog wat, vandaag ben je nog jong, maar morgen. Vandaag straalt je bezit misschien nog, maar als de aarde beeft of de oorlog rolt, dan is het aarde tot aarde, stof tot stof.

Zo wordt de aarde en het stoffelijke vanuit de Bijbelse traditie gerelativeerd, en soms ook erg negatief weggezet. Dan lijkt de aarde alleen maar voor vergankelijkheid en gezwoeg te staan. Een leven lang, en als je pech hebt, gaat iemand anders er met de opbrengst vandoor!
Dat gezwoeg is er in grote delen van onze wereld, en met de klimaatveranderingen wordt het er niet beter op. Maar het is ook weer niet alleen zwoegen. De grond staat ook voor de rijkdom van de oogst. Een paar weken geleden heb ik ruim 100 kruiwagens grond mijn tuin in gerold. Als ik nu het gras erop zie, maakt dat het zwoegen meer dan goed.

Grond staat ook voor de rijkdom van de natuur, met zoveel variatie, om zuinig op te zijn! En ook de stoffelijkheid van lichamen. Natuurlijk kleeft er vergankelijkheid aan lichamen, met ook pijn en bitterheid. Maar wie zou alleen in de geest, zonder lichaam willen bestaan? Want lichamen kunnen dansen, kunnen bergen beklimmen, elfstedentochten zwemmen. Lichamen kunnen kinderen de borst geven. Zij hebben schouders om tegen aan te leunen en zij dus ook ongelofelijk hard werken. En bij al het bellen, mailen en appen wat velen doen is het niet af en toe ook heerlijk om gewoon fysiek bij elkaar te zitten?

Zo is lichamelijkheid ook iets prachtigs, in alle opzichten! En dat hoef je dan niet te verbergen onder boerka ‘s of in vormeloze jutezakken. En ook van stoffelijke huizen mag je genieten, en van zoveel mooie materie, auto ‘s, smartphones, boeken, mooie kleren, en kunst. Die lofzang op het lichamelijke en het stoffelijke kom je in de bijbel dus amper tegen. Dat is begrijpelijk, maar ook jammer! Dan vertellen wij met Pasen vooral het verhaal van het lichaam van Jezus dat kapot gaat en dat er daarvoor in de plaats een ander lichaam opstaat. Het lichaam van Christus, de gemeen- schap van mensen die de weg en de woorden van Jezus willen doorzetten  ..

Dat klinkt mooi en dat is ook mooi. Als lichamen kapotgaan is het mooi dat er gemeenschappen zijn. Gemeenschap die ook koude huizen warmte geven. En als je afscheid moet nemen van een tastbare liefde dan is het een zegen als er ontastbaar, in ons hart, in ons hoofd, liefde is die verder leeft, als adem, die ons lucht geeft. Zo is het ook met bezieling. Als er geen ziel in zit dan is het mooiste lichaam, en het mooiste huis alleen nog een bouwval.

Maar laten wij die twee niet tegen elkaar uitspelen. De adem is niet meer dan het lichaam, en zo is de hemel niet meer dan de aarde. Het gaat juist om het samenspel. Een mens leeft niet van brood alleen, maar af en toe moet je ook (op een gemeentemiddag) een keer brood en soep met elkaar eten. Wij hebben de hemel nodig om de aarde ook daar een hoopvolle horizon te geven waar wij hem zonder hemel even niet zien. Maar zonder de pijn, de weerbarstigheid en de vergankelijkheid van de aarde, wordt de hemel al snel ijl en zweverig. Oftewel die twee hebben elkaar nodig, continu. De nuchtere aarde en de dromerige hemel. Twee benen op de grond en af en toe je hart in de wolken.

Een kerkgemeenschap heeft inspiratie nodig, maar ook transpiratie. En God? Ook God is niet alleen adem en geest. In Jezus is God ook lichaam geworden: lichamelijke inzet, zorg, meeleven, met elkaar aan tafel gaan. Laten wij zo ook gemeenschap zijn: geloof en inspiratie delen en werk en transpiratie delen.

Als dat lukt dan voelt het soms als hemel op aarde – en dat is geen slecht gevoel!

Kalender

Algemeen

Media

Contact

Middenweg 148
1462 HL Middenbeemster

Telefoon: 0299 681393
E-mail: kerkelijkbureau@beemsterkerk.nl

Openingstijden:
maandag: 09.00 - 11.30 uur